Er staat en pluche ijsbeer op de gang, bij mijn kleinschalig woonproject voor dementerende bejaarden.
Een bewoner komt langs en stopt bij deze pluche ijsbeer
Dag konijntje
je bent een lieve vogel
Je bent lief, heel lief
Wat is er, wat ben jij aan het kijken
Mooi huisje
Mooi huisje wat heb jij een mooi huisje.
Ja, kijk een grote boom, (en ze wijst naar een plantje)
Dat is een hele grote boom
Mag ik je aaien
Wat doe je?
Ga je staan op je achterpoten
Lief, jij klein konijntje
Mag ik je aaien….
Mag ik je aaien…….
Wat doe je, wat doe je….. je loopt weg
Mag ik bij je komen zitten…….en ze loopt weg…….
Zomaar een ontmoeting tussen een dementerende bewoner en een pluche ijseer. Taal en wartaal. Onsamenhangende taal maar voor een dementerende bewoner genoeg voor een heel gesprek. Wij kijken er raar naar, als je dit zomaar hoort, maar voor een dementerende bewoner is dit geen vreemde taal. Voor hen is het communicatie, met een pluche ijsbeer of wat dan ook. Een normaal gesprek, in hun ogen, tussen een dementerende bewoner en een ijsbeer. neen, zeg er niets van. Neen, dan zullen ze je aankijken en een uitdrukking geven aan je, op de manier van….. ik bent toch niet gek, wat ik doe is heel gewoon.
vanavond ga ik dood
Vanavond ga ik dood, gaf een bewoner aan op mijn kleinschalig woonproject voor dementerende bejaarden, toen ik haar haar pillen ging brengen, in de ochtend, te weten vrijdag ochtend.
Vanavond?
Ja, vanavond ga ik dood
Jammer, want u bent zo’n aardige bewoner
Ik?
Ja U, en ik zou het jammer vinden als u vanavond doodgaat, het is zo ongezellig dan in de woonkamer.
Is dat zo?
Ja, en ik moet in het weekend werken, en dan mis ik u gezelligheid zo, u bent altijd zo aardig.
Wat lief van u broeder
Ja, u bent wel een aardige vrouw. Kom ik heb hier uw pillen.
Mijn pillen…
Ik zal ze als u dat wil even ingeven met vla
Ze neemt en hap, en ze spuugt haar pillen uit, en leg ze op haar bed waar ze inlicht.
Wat doet u nu?
Ik lig ze op bed
Moet u ze niet?
Neen, normaal ook niet, maar dan gooi ik ze altijd in de wc….
U bent tenminste eerlijk geef ik aan
Ze lacht.
Maar het geeft niet hoor, ik ga toch dood.
Wanneer?
Vanavond!
Weet u ook een tijd…..?
Neen dat weet ik nog niet, maar ik vergeet niet te bellen voordat ik doodga hoor….
Een ding weet je zeker….. je zal haar niet “vinden”. Neen, ze is zo attent om net voordat ze doodgaat te bellen…
Mevrouw is trouwens niet doodgegaan in de avond, ze heeft tv gekeken in de huiskamer. Ze had het even nog te druk om dood te gaan…. Rieu was belangrijker.