Verhalen en anecdotes uit de verpleeghuis zorg en kleinschalig wonen  »  Uncategorized   »   21…….37……..29

21…….37……..29

by de man in de zorg on August 7, 2007

roken in het verpleeghuis
Afgelopen dagen mooi weer in mooi Hoogvliet geweest. Weer voor te tuinen; eigelijk geen weer om op je computertje een log te schrijven.

s’Morgens komt hij uit bed en vraagt om zijn koffie. Steekt en peuk op. Als hij hem uitmaakt steekt hij er na tien minuten weer een op. Tijdens het ochtend, middag en avond eten rookt hij niet. Even niet; maar zeer snel daarna gaat automatisch zijn hand naar zijn pakje sigaretten.
Pakt met zijn hand; zijn enige goede; sigaretten; stopt hem in zijn mond en pakt dan zijn aansteker. Het vuur erin; zijn levensvuur.
Een lege asbak word een volle; een erg volle en die word verschillende malen leeggemaakt. Roken; zijn peuken; het enige wat hij heeft. Neen ; je hoeft hem niet te zeggen dat het slecht is en ja dodelijk zoals het op ieder pakje shag en sigaretten staat. Luid proestend uit zijn bed komend en in de woonkamer ook.
Ja; een ongezonde gewoonte die er ooit in zijn leven is ingeslopen. Een ieder weet dat het niet goed voor je is; dat weet elke roker; dat weet ik als roker ook ik;maar toch. Zo’n kreet; daar trekt geen enkele roker zich iets van aan.
Hoeveel hij rookt….21…….37……..29 sigaretten per dag ; ik weet het niet; hij weet het niet. Altjd een pakje op tafel en talloze pakjes in zijn tasje. Neen; geen geld of wat dan ook in zijn tasje; maar sigaretten. Geen schiderijen op zijn tafeltje; maar een aansteker, een reserve aansteker en een voor als de reserve aansteker op is.

Hij heeft geen bal en en het enige at hij heeft zijn zijn peuken. Starend voor zich uit naar buiten; vrijwel geen contact met anderen. Het daglijkse leven gaat aan hem voorbij en vandaag is weer hetzelfde als gisteren en ook morgen. Wachten; mijn god hij weet niet waarop; hij uit zich zelden of nooit; wachten en vervelen; dag in dag uit.
Steekt maar weer een peuk op. De hoeveelste 21…….37……..29? Waaschijnlijk veel meer. Kan hem niet schelen en ik ook besef dat het het enige is wat hij heeft en hem bezighoud. Zijn peuken…. Ik laat hem gaan; en ik ben blij. Blij dat we nog niet van die domme regels hebben bij mij in m’n zorginstelling, dat rokende bewoners naar een speciaal hok toe moeten ergens ver weg afgelegen in een gebouw en men alleen mag roken onder begeleiding. Wij mogen nog en ik hoop voor hem; het roken op de afdeling; dat dat nog heel lang zal en mag duren; voor de rest heeft hij immers geen bal.
Tot morgen.

Previous post:

Next post: