Verhalen en anecdotes uit de verpleeghuis zorg en kleinschalig wonen  »  Uncategorized   »   Bang. Mijn lichaam is goed, maar mijn hoofd wil niet meer

Bang. Mijn lichaam is goed, maar mijn hoofd wil niet meer

by de man in de zorg on January 27, 2009

Bang. Mijn lichaam is goed, maar mijn hoofd wil niet meer
Dementerende bewoners; op mijn afdeling… ja wat moet ik daar over neer krabbelen. Ja; mijn bewoners op mijn afdeling zijn nogal “gevarieerd”. Gevarieerd zal ik maar zeggen; van bewoners die diep dementerend zijn en dus geheel in hun eigen leef en denk wereld zitten; en zeer moeilijk te bereiken zijn; tot ja…. licht dementerend. Ja; licht dementerend; ehhhh begeleidend niveau, daar moet je aan denken. Twee heel grote verschillen en alles wat daartussen zit. Bewoners die je redelijk goed kan bereiken; soms wel idioot de plank misslaan; tot bewoners waarbij je blij bent als je een fantastisch mooie glimlach naar boven haalt of kan toveren; als je dat al lukt. Mijn afdeling; mijn kleinschalig woonproject; mijn bewoners die ik verzorg in mijn zorgtoko, in het kort neer gekrabbelt.

Soms is het bij dementie iets raars en beangstigend aan de hand; ook bij sommige van mijn bewoner. Ondanks dat men dementerend is, is het besef dat men achteruit gaat aanwezig. Soms lijkt het of men “heldere momenten heeft”, als ik het zo neer kan zetten.

Zo ook bij de bewoner die nog op was toen ik op mijn werk kwam in mijn laatste nachtdienst van zondag op maandag nacht. Hij zit voor de buis nog even tv te kijken en hij vraagt of ik hem wil helpen. Helpen naar bed en ja hij reed met zijn rolstoel goed naar zijn slaapkamer en zijn bed. Staat op en gaat zitten op de rand van zijn bed.
“Kijk; zeg hij… dit gaat nog wel. Natuurlijk; ik kan niet meer lopen en ja mijn lichaam doet niet altijd meer wat ik wil. Al met al; ik kan me nog goed behelpen. Mijn lichaam…… ja dat is ondanks mijn leeftijd nog goed. Ik zou nog jaren mee kunnen gaan. Maar luister….. mijn hoofd…. Mijn hoofd wil niet meer en ik merk en besef heel goed dat ik steeds verder achteruit ga. Ik merk het; en ik ben bang. Ik ben bang dat ik net als hen word. Hen; die andere bewoners die hier wonen. Ik zie dat en hoe meer ik er aan denk; en hoe langer ik alleen zit te piekeren; hoe meer angst ik krijg. Angst dat ik net zo word als hen; dat ik snel achteruit ga en ja….. dat ik ook zo word. Nu gaat het lichamelijk nog redelijk goed met mij; ik kan me redelijk behelpen; maar mijn hoofd…. Ik merk die achteruitgang en ik merk dat ik niet meer zo ben als…. ja….. Ik ben bang voor de toekomst; dat mijn lichaam nog is goed is; en mijn hoofd dan niet meer kan en wil…”
Tot oneven

Previous post:

Next post: