Ga weg enge vent, ik ben je vrouw niet
Waarom doe je zo raar, roept een mannelijke bewoner aan degene die tegenover aan de tafel zit van mijn kleinschalig woonproject voor dementerende bejaarden
Waarom moet je niets meer van me hebben
Ga toch weg joh, geeft de vrouwelijke bewoner aan
Waarom doe je me dit aan, na zoveel jaar
Ga weg. Ga weg
Maar ik ben toch je man
Ik kan je niet en ik ben niet je vrouw
Ik ben het Arie
Ik kan geen Arie, mijn man heet jan
Jan…. maar ik ben je man
Je bent mijn man niet
Waarom die je zo lelijk tegen me, ik heb je niets gedaan
Ga weg…. rot op
Ach lieverd, ik ben je man…… al zo lang
Ik ben je vrouw niet
kom…..
Raak me niet aan, of ik ga gillen
Maar je bent mijn vrouw….
Een man denkt dat de vrouw tegenover hem zijn vrouw is, maar het is zijn vrouw niet, maar een mede bewoner. Wat hij ook doet, telkens krijg hij te horen dat de vrouw waarvan hij denkt dat het zijn vrouw is, dat het niet zijn vrouw is. Telkens krijg hij te horen van deze vrouwelijke bewoner, dat hij haar man niet is.
Hij begrijpt het niet. Hij weet het zeker. Die vrouw tegenover hem is zijn vrouw
Hij weet het niet….. zijn vrouw is al twintig jaar dood, maar dat is hij vergeten. Hij is dementerende en woont op mijn afdeling voor kleinschalig wonen voor dementerende bejaarden….. in zijn denk en leefwereld is zijn vrouw is niet dood. Hij denkt dat de vrouw tegenover hem, zijn vrouw is. Hij weet het zeker…… maar waarom doet ze zo raar….



