wat ben ik blij dat ik nu geen leerling ben
Vroeger toen ik als leerling begon had ik drie weken orientatie op mijn instelling achter de rug voordat ik daadwerkelijk op mijn werkplek kwam. Op mijn werkplek aangekomen werd ik gelijk gekoppeld aan een persoon die mijn leerling begeleider was. Zij zou mij het mooie vak wat ik zou gaan doen, leren en bijbrengen. Ik liep twee weken boventallig mee. In deze tijd leerde ik van iemand die niets kan, rustig en goed een leerling te worden die een beetje mijn gang kon gaan op de afdeling. Twee weken, deed ik alles samen, en ik werd zo een leerling met nul komma nul ervaring een leerling met een beetje was ervaring. Ik kon in deze twee weken altijd terugvallen op de persoon die er was als ik er ook was. Na deze twee weken zag ik mijn vaste werkbegeleider wat minder, maar werd ik wel gekoppeld aan iemand. Iemand die er altijd was en waar ik met mijn vragen terecht kon. Ook nam deze persoon mij regelmatig mee en leerde ik stukje bij beetje meer. Ik voelde niet de druk van het nulmoment en geen ervaring hebben. Ik hoefde niet gelijk te presteren. Natuurlijk wilde ik wel presteren, maar men besefte dat wil je een goede leerling worden en een goede collega zijn, dat er tijd in je gestoken moest worden. Veel tijd en die tijd was er. Na twee weken werd je ingedeeld in het team, en om eerlijk te zijn, wat was ik trots. Trots om mijn steentje bij te dragen om dat mooie beroep uit te gaan voeren. Ziekenverzorgende!
Vroeger is lang gelden, en als ik kijk hoe het nu met leerlingen gaat is er veel veranderd De orientatie periode is een dag geworden. Een dag boventallig en meelopen met je leerlingbegeleider. Je begint op het niveau nul, je weet niets en je heb geen zorgachtergrond, en je moet echt alles leren. Zelfs wassen kan je niet. Wassen moet je ook nog leren, en er komt nog zeer veel meer op je af. Hoe ga je om met bepaald gedrag. Hoe reageer je op agressie. Hoe werkt een tillift. Wat is een tena en hoe gaat deze om. Hoe gaat de zorg hier op een afdeling.
Een dag sta je boventallig, en je sta op niveau nul. Je weet niets en je kunt niets. Gelukkig is er begeleiding. Je hebt een vaste leerlingbegeleider om je heen die jou dat mooie vak ga leren. De tweede dag op de werkvloer merk je dat je niet boventallig sta. Je bent ingeroosterd als vaste collega in een team wat al krap staat. Zonder zorgachtergrond, en zonder dat je iets kan word er op gerekend dat je alles kan. Dat je kunt wassen, aanleden tilliften kan gebruiken, tena’s kan omdoen en veel meer. Dat je weet hoe alles gaat, want je staat na een dag ingeroosterd als werknemer en je bent ook niet meer boventallig. Jouw leerlingbegeleider waaraan je bent gekoppeld zie je maar even. Die is een van de weinige mensen op de werkvloer en die is vaak de enige gediplomeerde. Je loop een uurtje met je werkbegeleider mee en hij of zij is weg. Je werkbegeleider gaat pillen doen, artsenrondes lopen en wat al niet meer. Je hoop dat je word gekoppeld aan iemand en zo hoop je stapje bij beetje wat te leren. Leren want dat wil je graag. Je hebt niet voor niets voor een zorgopleiding gekozen. Die vaste werkbegeleider zie je nog maar zelden, want die loopt niet met je op en werkt niet op de dagen dat jij werk.
De begin periode van een leerling vroeger en nu, beginnende op niveau nul en niets kennende….wat en ik blij dat ik nu geen leerling ben.
wat ben ik blij dat ik nu geen leerling ben
is een artikel op manindezorg
verpleeghuis zorg kleinschalig wonen anekdotes recept en recepten dat is manindezorg



