Verhalen en anecdotes uit de verpleeghuis zorg en kleinschalig wonen

hoor

het is goed hoor anita

by de man in de zorg on March 29, 2010

het is goed hoor anita
Soms, soms zijn het van die kleine dingen die je dag al goed maken. Soms heb je van die momenten waarvan je kippevel krijgt, als je bezig bent met de zorg van dementerende bewoners. Mijn bewoners, op mijn kleinschalig woonproject voor dementerende bejaarden. Dementerend, van licht tot geheel in hun eigen wereld levende. Oke; voor vrijwel elke bewoner ben ik elke dag de nieuwe zuster, of zelfs na vijf minuten ben ik weer de nieuwe verzorger. De zuster met de prikkelbaard, een rokershoest en die nooit als vrouw verkleed gaat. Ja; je heb wel eens van die zusters die er ook zo uitzien. Ze zijn zeldzaam en heten mannen. Mannen in de zorg…. zeldzaam.
Oke, je heb wel eens van die momenten.
Verzorg een bewoner. Help haar op haar kamer. Normaal gesproken is er geen contact, in de zin dat er geen normaal contact is tussen zorgverlender en bewoner. Wel een glimlach, wel soms een uitrukking, soms een gebaar. Antwoorden op vragen die niet bij de vraag horen. Af en toe een knikje…. ja of neen.
Ik help een bewoner op de kamer, familie is er bij. Familie is bezig met kleiding aan het uitzoeken voor haar moeder, die er altijd op en top en perfect uitziet. “Moeder zag er altijd al zo netjes uit, en dat wil ik hier ook”, geeft de familie vaak aan.
Familie praat tegen hun moeder terwijl de kleding word gepakt. Ze pakt wat, laat het zien en de bewoner staart voor zich uit.
“Zal ik deze voor morgen neerleggen; deze vind ik wel erg mooi”, geeft de familie, aan terwijl ze de rok en het bloesje laat zien.
Moeders reageert niet.
De familie draait zich om.
Opeens…. “het is goed hoor anita”….. hoor ik de bewoner zeggen. Familie kijkt op, ik ben stom verbaast… hoorde ik dat nauw goed? “Het is goed hoor anita……”
“Wat goed van u, moeders dat u dit zeg. u heeft al maandenlang mijn naam niet utgesproken…..”

Diepdementerend is ze, soms zeer moeilijk om contact te krijgen bij deze bewoner en af en toe een ja of nee knik. En dan opeens deze woorden tegen haar dochter. Soms, soms zijn het van die kleine dingen die je dag al goed maken. Vrijdag avond toen ik dit hoorde uit de mond van deze bewoner kon bij voorbaat mijn gehele avonddienst niet meer stuk. Waanzinnig, echt!

het is goed hoor anita
is een artikel op manindezorg
verpleeghuis zorg kleinschalig wonen anekdotes recept en recepten dat is manindezorg

ons geheimpje; maar niet verder vertellen hoor!

by de man in de zorg on February 11, 2009

ons geheimpje; maar niet verder vertellen hoor!
Ik vind u een hele lieve zuster gaf een bewoner spontaan aan toen ik gisteravond late dienst had n nog even op haar kamer moest wezen. Ze lag op bed.
Ik liep naar haar toe.
Ik pakte haar hand en liet haar hand voelen aan mijn stoppelbaardje.
“Zusters hebben geen baardje toch; althans de meeste gaf ik haar aan”
Ze glimlachte
Ohhh ik voel het al; “U bent een lieve man” gaf ze toen aan.
“Ik vind u ook een lieve mevrouw” gaf ik haar aan.
“Echt waar”???
“Echt waar en u bent zeker een van mijn grootste vriendinnen op deze afdeling”
“Op de afdeling; maar heeft u geen vrouw”??
“Ehhhh, ja, al heel lang; maar ik hok; je kent dat wel ik woon samen”
“Och dat kan toch allemaal tegenwoordig”
“Maar mevrouw; maar om eerlijk te zijn; u bent zeker een van mijn grootste vriendinnen hier op de afdeling; waar ik nu werk”
“Dat meen u niet”
“Ja; echt waar; maar niet verder vertellen hoor; anders weet iedereen het dat ik U zo’n lieve vrouw vind”
“Vind je vrouw dat echt niet erg”??
“Neen hoor; mijn vrouw doet precies hetzelfde; oude mensjes verzorgen; maar het verschil is dat ik hier lieve oma’s verzorg en zij alleen lastige oude lelijke ventes 😉 ”
“Maare; dag mevrouw enne stil zijn he, het is ons geheimpje, over dat wij vriendjes zijn en ik u een hele lieve dame vind; …dus niet verder vertellen hoor”

Pakweg en uur later kom ik nog even op haar kamer, wat pakken uit een kast.
“Ik vind u een lieve zuster gaf dezelfde bewoner gisteren spontaan zelf aan, toen ze mij opnieuw haar kamer zag….”
tot oneven