Verhalen en anecdotes uit de verpleeghuis zorg en kleinschalig wonen

rot

ouwe rot

by de man in de zorg on September 29, 2008

ouwe rot
Vroeger; vroeger; ik word al oud; keek ik tegen ze op; collega’s van in de dertig.
Vroeger; vroeger; ik word al oud; had ik bewondering voor ze; oude collega’s van in de dertig.
Vroeger; vroeger; ik word al oud; dacht ik soms; hoe houden die gasten dat vol; die gasten van in de dertig.
Vroeger; vroeger; ik word al oud dacht ik; die collega’s van in de dertig; dat is een hoop dienstjaren.
Vroeger; vroeger; ik word al oud dacht ik; hebben die gasten van in de dertig ook voor het werk in de verzoring gekozen omdat ze geen zin hadden in de exacte vakken.
Vroeger; vroeger; ik word al oud dacht ik hoeveel of hoe weinig verdienen die gasten op zo’n leeftijd.
Vroeger; vroeger; ik word al oud dacht ik; huisje boompje beestje bij die gasten; dat nooit.
Vroeger; ach laat maar

Dom he dat je hierbij soms aan denkt als je weer een van die stagiares van begin zestien of zeventien heb op de afdeling; zoals vrijdag.
Klinkt maf; maar meer dan ooit besef ook ik dat ik ook zo’n ouwe man bed in de verzorging ben of word waar ik vroeger soms tegenaan keek.
Jaren zijn voorbij gevlogen en soms; ben je op je ja……sssssst jaar al een oudje in de groep.
Allemaal jongeren. Een ouwe rot in het vak.
Oud…. Ja; weetje; twintig jaar geleden was ik ook zo jong; en meer dan ooit besef ik dat ik oud in het vak begint te worden.
Oud kijkend naar sommige collegas om me heen; in het team of op de afdeling.
Jaren zijn voorbij gevlogen; ook dienstjaren; maar meer dan ooit besef ik dat ondanks de tjid die ik heb gehad en ook voor me heb; kep er goed aan gedaan; te kiezen voor dit vak; een waanzinnig mooi beroep.
Geen minuut spijt; en als ik eerlijk ben; ik zou het; mocht ik het overnieuw kunnen doen zeker weer doen; werken in de ouderenzorg.
tot oneven

Rot kat

by de man in de zorg on May 13, 2005

rot kat
Wil gisteren naar m’n job gaan. Doe de deur open en wil m’n schoenen aantrekken. Klein gaatje in de deuropening.
Zoefffffffff.
Shit; net nu dat ik wegwil loop de kat van de buren in het huis te spoken. Hij’s dun maar bovendien supersnel.
Achter die kat aan. In de woonkamer. Hij is snel….erg snel….veels te snel. Loop balend door het huis heen achter die kat aan. Kijk op m’n horloge. Moet werken; ben al laat. Nog even dan ben ik te laat.
Uiteinderlijk vind ik hem weer boven; op onze slaapkamer. Komt lief naar me toe. Stoot tegen m’n been aan en begint te draaien. Je hoort hem denken “wat vind ik jouw lief”.
Je hoort mij zeggen; oke jij bent ook lief; maar je bent soms wel een enorme rotkat.
Pak hem beet en breng hem naar buiten.
Hij begin kopjes te geven en valt op z’n rug. Hij wil ook nog even aaien. Naarja; toch nog maar even aanhalen.
Je hoort hem denken “ik was lekker weer sneller dan jou; na na nana na”
Maarja; de volgende keer voordat ik weggaat?
Zorg ik dat hij een kilometer van m’n voordeur af is……voordat ik de voordeur uberhaubt opendoet;
want maffe kat; je bent soms wel heel erg snel.