Verhalen en anecdotes uit de verpleeghuis zorg en kleinschalig wonen

schuintamboers

liedjes van vroeger Drie Schuintamboers

by de man in de zorg on January 22, 2008

liedjes van vroeger Drie Schuintamboers

Drie Schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
Drie Schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
Van je rom-bom-wat maal ik er om
Die kwamen uit het Oosten rom-bom

Een van de drie, zag daar een aardig meisje
Een van de drie, zag daar een aardig meisje
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Zag daar een aardig meisje rom-bom

Zeg meisjelief, wil jij met mij verkeren?
Zeg meisjelief, wil jij met mij verkeren?
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Wil jij met mij verkeren rom-bom

Nou jongeman, dat moet je mijn vader vragen
Nou jongeman, dat moet je mijn vader vragen
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Dat moet je mijn vader vragen rom-bom

Zeg ouweheer, mag ik je dochter trouwen?
Zeg ouweheer, mag ik je dochter trouwen?
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Mag ik je dochter trouwen rom-bom

Nou jongeman, zeg mij wat is je rijkdom
Nou jongeman, zeg mij wat is je rijkdom
Van rom-bom-wat maal ik erom
Zeg mij wat is je rijkdom rom-bom

Mijn rijkdom is, daar wil ik niet om jokken,
mijn rijkdom is, een trommel met twee stokken
Van rom-bom-wat maal ik erom
Een trommel met twee stokken rom-bom

Nou jongeman, dan kun je haar niet krijgen
Nou jongeman, dan kun je haar niet krijgen
Van rom-bom-wat maal ik erom
Dan kun je haar niet krijgen rom-bom

Zeg ouweheer, ik ben nog wat vergeten
Zeg ouweheer, ik ben nog wat vergeten
Van rom-bom-wat maal ik erom
Ik ben nog wat vergeten rom-bom

Mijn vader is Groot Hertog van Castille
Mijn vader is Groot Hertog van Castille
Van rom-bom-wat maal ik erom
Groot Hertog van Castille rom-bom

Dan jongeman, mag jij mijn dochter trouwen
Dan jongeman, mag jij mijn dochter trouwen
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Jij mag mijn dochter trouwen rom-bom

Nee ouweheer, je mag je dochter houwen
Nee ouweheer, je mag je dochter houwen
Van je rom-bom-wat maal ik erom
Nee ouweheer, je mag je dochter houwen rom-bom

Drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
drie schuintamboers, die kwamen uit het Oosten
van je rom-bom, wat maal ik erom
die kwamen uit het Oosten, rom-bom.

Een van de drie zag daar een knappe deren
Zeg meisje lief, mag ik met jou verkeren?
van je rom-bom, wat maal ik erom
mag ik met jou verkeren? rom-bom.

Zeg jongeman, dat moet je mijn vader vragen.
Zegt die van ja, dan kun je mij behagen
van je rom-bom, wat maal ik erom
dan kun je mij behagen, rom-bom.

Zeg oude heer, mag ik je dochter trouwen?
Zij is voorwaar, de schoonste aller vrouwen!
van je rom-bom, wat maal ik erom
de schoonste aller vrouwen, rom-bom.

Zeg jongeman, zeg mij wat is je rijkdom?
Zeg jongeman, zeg mij wat is je rijkdom?
van je rom-bom, wat maal ik erom
zeg mij wat is je rijkdom, rom-bom.

Mijn rijkdom is, daar wil ik niet om jokken,
mijn rijkdom is, een trommel en twee stokken
van je rom-bom, wat maal ik erom
een trommel en twee stokken, rom-bom.

Zeg jongeman, dan mag je haar niet trouwen,
zeg jongeman, ik wil mijn dochter houwen
van je rom-bom, wat maal ik erom
ik wil mijn dochter houwen, rom-bom.

Zeg oude heer, ik heb nog iets vergeten,
zeg oude heer, dit dient gij nog te weten.
van je rom-bom, wat maal ik erom
dit dient gij nog te weten.

Mijn vader is de hertog van Brittanje,
mijn moeder is de Koningin van Spanje!
van je rom-bom, wat maal ik erom
de Koningin van Spanje, rom-bom.

Zeg jongeman, je mag mijn dochter trouwen!
Zeg oude heer, je mag je dochter houen!
van je rom-bom, wat maal ik erom
je mag je dochter houen, rom-bom